Introduktie
"The Weekend of Terror, Part 2" is een logisch gevolg van de niet geringe publieke belangstelling
voor "Part 1". Opnieuw een nachtelijk gebeuren, enerzijds vanwege de financiele onhaalbaarheid om de
reguliere weekendvoorstellingen "uit te kopen", anderzijds op verzoek van het publiek. Dat zo'n nacht
(of twee) doorhalen in een bioscoopzaal een deel van ons potentiele publiek afschrikt zijn we ons bewust. Daarom
zullen we bij een volgende gelegenheid toch gaan proberen om een programma samen te stellen dat zowel 's nachts
als op de "normale" tijden te zien is. Voorop gesteld natuurlijk dat dit weekend tenminste sucesvol
verloopt
Dit tweede "mini-festival van de fantastisch film" is op dezelfde wijze samengesteld als het
vorige: uit twee parallel vertoonde films kan men er telkens een kiezen. Voor de liefhebber niet zelden een
moeilijke keuze, die aan de andere kant echter weer voorkomt dat men zich door films heen moet worstelen waar
men misschien helemaal niet op zit te wachten.
Ook deze keer hebben we getracht films te selecteren, die hier niet eerder in de bioscoop te zien zijn geweest
(en in sommige gevallen ook niet meer te zien zullen zijn) of een dermate kort roulement hebben gehad, dat
waarschijnlijk alleen de echte afficionado ze gezien heeft
We hopen dat onze keuze in de smaak zal vallen
Jan Doense voorzitter Stichting Film Events
"All the monsters we've created in finction, unless expressly identified as the Devil, represent
our own evil. We create them so we can kill them off, thereby justifying ourselves - it's a kind of
penance, self-exorcism"
|
George A. Romero en het Night of the Living Dead-effect
Het gerucht gaat dat, toen Night of the Living Dead in 1968 onopvallend
zijn premiere beleefde, filmkritikus Roger Ebert de film zag in een bioskoop in Chicago, waar hij
geprogrameerd was als kinder-matinee. Na afloop troffen tal van moeders, die hun kinderen op
een film hadden getrakteerd teneinde zelf rustige te kunnen winkelen, hun kroost in hysterische
toestand aan. Ebert schreef een vernietigende recensie, die door Reader's' Digest werd overgenomen
onder de kop "What is Hollywood doing to our Childeren?". Of die kinderen van het zien
van Night of the Living Dead ooit nadelige gevolgen hebben ondervonden, is niet bekend; in ieder geval
is Ebert er nooit helemaal overheen gekomen, want tot op de dag van vandaag manifesteert hij zich
als een van der meeste fanatieke kruisvaarders tegen zogeheten "splatter movies".
Night of the Living Dead verdween in 1968 even onopvallend als hij gekomen was, unaniem de grond in
geboord door de weinige kritici die hem gezien hadden, maar dook in het daaropvolgende jaar weer op, nu
als tweede helft van een "double bill" met de obskure exploitatiefilm Slaves. Dankzij een
tamelijk platvloerse advertentiekampagne ("They keep coming back in a bloodthirsty list for
HUMAN FLESH!...") wist de film deze keer een groot publiek te trekken, maar vreemd genoeg draaide
ook de kritiek bij en tenslotte kwam Night of the Living Dead zelfs voor op verschillenden Top Tien-lijstjes
van de beste film van het jaar.
George A. Romero (geboren in 1940 in the Bronx, New York) kon zich al met al geen beter begin van zijn
karriere als speelfilmmaker wensen. Reeds op 14-jarige leeftijd maakte hij zijn eerste super 8-filmpjes, al
ging hij er destijds vanuit dat er met films maken geen brood viel te verdienen. Na zijn studie kunst- en
theaterwetenschap aan de Carnegie-Mellon Universiteit in Pittsburgh dacht hij daar anders over. In 1962 richtte
hij in Pittsburgh de produktiemaatschappij Latent Image op, die zich voornamelijk bezighield met het maken
van commercials. In 1967 werd besloten tot de produktie van een speelfilm met bekende resultaat.
in 1973 gin Romero, die ieder aanbod om in Hollywood te komen werken van de hand heeft gewezen teneinde
zijn onafhankelijkheid als filmmaker te waarborgen, een partnerschap aan met de New Yorkse effektenmakelaar
Richard Rubinstein, die sindsdien al zijn films produceerde onder de vlag van hun gemeenschappelijke
onderneming, the Laurel Group Inc. Recentelijk is deze maatschappij een bakermat voor jong talent
geworden, zoals vroeger Roger Corman's New World Pictures, waar debutanten een kans krijgen om mee te
werken aan projecten als de (in Nederland nog niet aangekochte) TV-serie Tales from the Darkside. (JD)
filmografie George A. Romero
| 1968 | - | Night of the Living Dead
|
| 1972 | - | There's Always Vanilla
|
| 1973 | - | Jack's Wife
|
| | - | The Crazies
|
| 1977 | - | Martin |
| 1978 | - | Dawn of the Dead
|
| 1981 | - | Knightriders
|
| 1982 | - | Creepshow |
|
Het verschijnsel van de cultfilm
"You just can't keep a good corpse down" - James Herbert
Aan het begrip "cult" ligt de Latijnse uitdrukking cultus ten grondslag. Deze betekent:
(religieuze) verering van een persoon, objekt of zaak. Meer recentelijk is "cult" een
-ietwat geringschattende- aanduiding geworden voor een gril van voorbijgaande aard, een kortstondig
modeverschijnsel.
Onder een "cultfilm" wordt in het algemeen verstaaneen film, die zijns ondanks in de ogen
van een doorgaans selekt publiek is opgeklommen tot een positie van uitzonderlijkheid of voortreffelijkheid.
Dit groeiprocess, dat in de tijd van enkele weken tot wasdom kan komen, maar waarmee soms ook vele jaren
gemoeid kunnen zijn, kan binnen-filmische en/of buiten-filmische oorzaken hebben. Binnen-filmische oorzaken zijn
bijvoorbeeld een uitzonderlijke (onbegrepen) plot; een gewaagde plotbehandeling; technische aspecten, die hun tijd
ver vooruit zijn; een gegeven dat eerst later als representatief voor een bepaalde (politieke) perdiode word
onderkend; een algehele inventiviteit in diverse sektoren (een fenomeen dat zich omgekeerd evenredig tot gestaag
klimmende budgetten schijnt te verhouden); het debuut van een regisseur, akteur of aktrice, die later sterk de
aandacht zal gaan trekken.
Buiten-filmische oorzaken kunnen zijn een zeer beperkt roulement, waardoor weinigen het werk hebben kunnen
zien; problemen met censuur, waardoor slechts versneden versies het publiek hebben bereikt; een
vertoningsverbod dat aan iedere vorm van kennisname een voortijdig einde maakt; filmkritische herwaardering op
een moment dat kopieen van de rolprent in kwestie niet langer voorradig zijn.
Ook kunnen diversie binnen- en buiten-filmische aspekten "samenspannen" om aan een werkstuk een
ruchtbaarheid te verlenen, die tenslotte tot een legendevorming kan voeren. Zo is het zelfs mogelijk dat films
in ijle sferen van notoriteit belanden zonder dat een (selekt) publiek ervan heeft kunnen kennisnemen.
Een kurieus risiko in zulke gevallen is dat de legendarische roep zich tegen de betreffende film keert, waardoor
de uiteindelijke vertoning in een teleurstelling ontaardt: zekere van oorsprong miskende kwaliteiten of
bijzonderheden zijn door het verstrijken van de jaren van hun impakt ontdaan en een dergelijke deflatoire
ontwikkeling ontmoet dan opnieuw miskenning en spot, of in het beste geval geamuseerde reakties. Hierdoor
kan een cultfilm op het punt van uitgang worden teruggeworpen en begint de cult-initierende cylcus niet zelden
van voren af aan. Ad infinitum. (EJR)
|